Na de halve marathon van Eindhoven in 2025 had ik een plan. Niet alleen weer fanatiek hardlopen, maar opnieuw een marathon lopen. Frankfurt werd het doel. Niet omdat Frankfurt per se de mooiste marathon is, maar omdat ik daar naartoe wilde werken. Een stip op de horizon. Al snel bleek dat die weg niet vanzelfsprekend zou zijn.
Na de Venloop liet mijn achillespees zich regelmatig voelen, ondanks dat ik mijn tempo toch best goed gereguleerd had. Geen felle pijn, geen acute blessure, maar precies irritant genoeg om voortdurend de vraag op te roepen: hoeveel kan ik vandaag doen zonder morgen de rekening te betalen?
In april en mei draaide vrijwel iedere training om die vraag. Niet om tempo, hartslag of persoonlijke records maar om belastbaarheid. Na iedere training volgde dezelfde evaluatie. Hoe voelde de pees tijdens het lopen? Hoe voelde hij na afloop? Hoe voelde hij de volgende ochtend?
Iedere ochtend zonder stijfheid voelde als een kleine overwinning.
Langzaam ontstond er een patroon. De pees protesteerde niet meer tegen belasting. Hij reageerde erop. Dat verschil bleek cruciaal. Een gezonde pees kan zich na een training best even laten voelen. Zolang hij de volgende dag weer rustig is, verwerkt hij de belasting. Dat inzicht gaf rust. Ondertussen groeide ook de ambitie.
In eerste instantie dacht ik aan de halve marathon van Antwerpen als tussenstap. Later verdween dat idee weer. Waarom energie steken in een tussenwedstrijd als Frankfurt het echte doel is? Vanaf dat moment kreeg de voorbereiding een andere kleur. En stiekem begon ÊÊn tijd steeds vaker door mijn hoofd te spoken: 3:15. Eind mei leek de blessure weg te zijn en werd de maand afgesloten met 84 kilometer (april: 56 kilometer). In juni gaan we bouwen aan belastbaarheid, op weg naar Frankfurt! The word is out! Here we go!
