Trainingsweek 3: De basis wordt gelegd

Na een aantal weken waarin de nadruk vooral lag op het uitbreiden van het volume, stond deze week eigenlijk volledig in het teken van bevestiging. Kan mijn lichaam de belasting aan? Blijft de achillespees rustig? En misschien nog wel belangrijker: durf ik hem weer volledig te vertrouwen?

Op dinsdag stond een rustige duurloop op het programma. Uiteindelijk werden het ruim elf kilometer op nuchtere maag. Zoals de laatste weken wel vaker gebeurt liep het tempo ongemerkt wat op. Ik neem me iedere keer voor om echt rustig te blijven, maar op de één of andere manier voelt 5:35 à 5:40 tegenwoordig gewoon ontspannen. Dat is ergens een luxeprobleem, al moet ik oppassen dat ik de rustige trainingen ook echt rustig blijf lopen. De pees? Die liet zich wederom totaal niet horen. Geen pijn, geen stijfheid en zelfs niet het bekende “hé, daar zit hij”. Dat begint inmiddels bijna normaal te voelen.

Woensdag volgde de eerste echte snelheidstraining sinds lange tijd. Daar keek ik eerlijk gezegd toch een beetje tegenop. Niet omdat ik dacht dat ik het conditioneel niet aan zou kunnen, maar omdat ik benieuwd was hoe de achilles op tempo zou reageren. De opdracht was eenvoudig: 2 kilometer inlopen, zes keer 800 meter rond de vier minuten per kilometer met 400 meter dribbelpauze en daarna weer uitlopen.

Tijdens het eerste blokje voelde ik nog wat gezonde spanning. Na een paar honderd meter was dat verdwenen. Uiteindelijk liep ik de zes herhalingen in 4:01, 3:59, 4:02, 4:01, 4:02 en 4:01. Mooier krijg je ze bijna niet. Het was hard werken, maar zeker niet maximaal. Juist dat gaf vertrouwen. Nog belangrijker was de uren daarna. Geen reactie van de pees. Niet direct na de training, niet ’s avonds en ook niet bij het bekende testje door erin te knijpen. Alsof hij nooit iets mankeerde.

Donderdag volgde bewust weer een rustige duurloop. De benen voelden wat vermoeid van de intervaltraining, precies zoals je zou verwachten. Buiten was het warm, tegen de dertig graden, waardoor ik mezelf één duidelijke opdracht had gegeven: hartslag onder de 136 houden. Tempo interesseerde me eigenlijk niets. Of dat nu 5:45 of 6:15 per kilometer zou worden maakte geen verschil. Het doel was simpel: ontspanning door (beperkte) inspanning. Juist dat begint misschien wel de grootste verandering te worden ten opzichte van een paar jaar geleden. Niet iedere training hoeft een prestatie te zijn.

Het hoogtepunt van de week volgde op zondag. Op papier stond iets meer dan tweeëntwintig kilometer, uiteindelijk werden het ruim drieëntwintig. De omstandigheden waren perfect, al had ik een slechte nacht achter de rug. Onderweg nam ik na twaalf kilometer een Upfront-gel met cafeïne en na achttien kilometer nog een normale gel. Omdat ik de route op mijn horloge had staan, liep ik volledig op gevoel. Achteraf bleek dat gevoel uitstekend te kloppen: een constante duurloop met een gemiddelde hartslag van slechts 138 slagen per minuut. De laatste kilometers gingen zelfs iets sneller zonder dat het echt moeite kostte. Na afloop voelde alleen mijn onderrug wat stijf, maar de achillespees bleef opnieuw volledig stil.

Met bijna negenenzestig kilometer was dit mijn grootste trainingsweek sinds de start van de voorbereiding. Nog belangrijker was dat ik hem fris afsloot. Geen pijntjes, geen terugslag en geen twijfel. Integendeel: iedere week groeit het vertrouwen een beetje verder. De marathon is nog ver weg, maar de fundering wordt steeds steviger. Dat is precies waar deze fase van de voorbereiding om draait. 💪

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *